FANtv-nl-logo-mobile

50 jaar Yamaha: de jaren zestig

In het tweede deel van deze serie belichten we de jaren zestig. In deze periode kwam het bedrijf met hun eerste trial bike en met het revolutionaire Autolube-systeem. Yamaha ontwikkelde ook een motor voor de export.


1963: YG-1
De YG-1 was een populair model dat erg goed werd verkocht. De motor kende enkele technische ontwikkelingen: de koeling van het motorblok werd verbeterd, het onderhoud aan luchtfilter, carburateur en versnellingsbak was makkelijker. Hierdoor was deze een stuk betrouwbaarder dan z'n voorgangers. De motor combineerde sportiviteit met gebruiksvriendelijkheid.



1965: AT90
De AT90 was een sportief en zakelijke motorfiets. De motor had een tweecilinder 90 cc twin motorblok dat bekend stond als de "Jet Twin". De AT90 was gewild bij de sportieve rijders.



De motor leverde hoge prestaties tegen een laag verbruik van brandstof. Om dit te realiseren werd het Autolube-systeem ontwikkeld. Door dit systeem werden olie en brandstof veel efficiënter gemengd. Autolube gaf bovendien een zeer gunstig olieverbruik, omdat deze werd ingespoten afhankelijk van de hoeveelheid gas (naar behoefte dus).


Het Yamaha Autolub-systeem was een smeersysteem met aparte oliepomp. Dergelijke systemen waren nodig voor de Amerikaanse markt omdat langs de grote highways geen mengsmering verkrijgbaar was.


1966: YDS-3
De Yamaha YDS-serie ontwikkelde zich langzaam van de YDS-1 naar de YDS-3. De laatste was erg populair in Amerika. Het was een tweecilinder motor met het Autolube-systeem.



De YDS-1 en YDS-2 wonnen langzaam aan populariteit buiten Japan. Maar om serieus te exporteren moest er een verbeteringen komen in de tweecilinder 250 cc motoren. Op twee gebieden moest Yamaha zich toeleggen. De stabiliteit bij het rijden in een rechte lijn en dat er een premix van benzine en olie moest komen.


In Japan kon men makkelijk aan de premixed brandstof komen, maar in Amerika niet. Een separaat oliesysteem was al beschikbaar voor sommige auto's. Ondanks deze opkomst in de auto-industrie bleef de motorindustrie achter. Het grootste probleem was dat de systemen te groot waren voor de motorfietsen en eerst aangepast moesten worden.


Om de problemen het hoofd te bieden werd het Yamaha Autolube-system ontwikkeld voor de productiemodellen.  Het systeem had een oliepomp dat reageerde op het aantal toeren en de hoeveel gas. Het systeem werd eerst op de eencilinder motoren gebruikt om vervolgens de techniek toe te passen op de tweecilinder YDS-3.


Het verbruik van olie nam hierdoor drastisch af en de rijder hoefde geen olie en benzine meer te mengen. Daarnaast verminderde het de rook uit de uitlaat en bleven de bougies langer schoon.


De rechte lijn stabiliteit werd ook aangepakt en succesvol verbeterd. Hiervoor werden verbeteringen aan het chassis aangebracht en werd de wielbasis verlengd. De aanpassingen waren niet voor de Japanse markt, omdat deze veel premixed benzinestations kende en het wegennet weinig snelwegen telde.


De YDS-3 was een goed export product en legde de basis voor de toekomst op de internationale markten. De YDS-3 kende een relatief korte productietijd, want deze stopte in 1967, maar het was wel het model dat de koers bepaalde voor drie decennia van de Yamaha road sports modellen.


1968: DT-1
De DT-1 zette de off-road bikes op de kaart. Deze gaf een wereldwijde impuls aan de verkoop van de trial bike. Voor de verschijning van de DT-1 werden deze meestal afgeleid van de on-roads.



De DT-1 had dan ook exclusieve snufjes voor het off-road werk. Een nieuwe genre was geboren: de trail bike. Voor de introductie van deze machine was het concept van een off-road simpel. Pas een on-road bike aan voor een uitstapje in het ruige terrein. Dit werd vaak gedaan met speciale kit onderdelen. In Europa kon men al wel off-road motorfietsen vinden. Zo had het Spaanse Bultaco een trial bike. Deze gaf echter het off-road rijden niet het gewenste rij plezier.


Voor de introductie van DT-1 had Yamaha al gewerkt aan een prototype: de YX-26. De body van deze machine woog slechts 86 kg tegenover 120 kilo van de YDS.


In deze tijd werden Japanse merken ook langzaam steeds succesvoller in internationale wegracekampioenschappen. Het off-road gebeuren werd nog gedomineerd door de Europeanen. De YX-26 was de eerste die zich kon meten met de Europese concurrenten.


De marktomstandigheden waren voor de introductie van de DT-1 niet ideaal. In de tweede helft van de jaren zestig was de Amerikaanse economie niet best door het conflict in Vietnam. De motorbranche had daar ook onder te lijden. De motormarkt lag op zijn gat en Yamaha was geen uitzondering, ondanks de succesvolle YDS-3. Yamaha was er echter van overtuigd dat de markt zou aantrekken en zeker in het trail-segment.


De eisen die technici stelden om de motor aan de wensen van de Amerikaanse markt te voldoen waren hoog. De motor mocht niet meer dan 100 kg wegen, moest een slank design hebben en het motorblok moest zoveel mogelijk koppel hebben als mogelijk.


Het motorblok voor de DT-1 werd gehaald uit de YX-26. Deze werd aangepast en geschikt gemaakt voor productie. Het frame werd zo licht mogelijk gemaakt. Dit was voor de technici erg lastig, want verschillende prototypen bleken niet sterk genoeg. Daarnaast moest er special voor deze bike een band worden ontwikkeld.


Het prototype werd naar Amerika verscheept om daar getest te worden, deze werd door Amerikanen getest en vergeleken met een Husqvarna motorcrosser. In oktober 1967 werd de motorfiets gepresenteerd. Ondanks een slechte markt werd de trial bike goed verkocht. In het eerste jaar werden 12.000 exemplaren geproduceerd en deze waren snel uitverkocht.


De DT-1 was ontwikkeld als export model en er waren maar 500 tot 600 exemplaren voor de thuismarkt. Toch was de DT-1 een hit in Japan. Yamaha begon verschillende trial scholen om het off-road rijden populair te maken. De populariteit steeg en een nieuwe markt was gecreëerd in Japan.

Vergelijkbare artikelen

© FANtv.nl